Wanneer is een gebouw duurzaam?
Een simpel antwoord is niet te geven. Iedere opdrachtgever is vrij om zijn eigen ambitieniveau te kiezen. Om in de praktijk duurzaam bouwen handen en voeten te geven zijn er verschillende toetsinstrumenten ontwikkeld. Gemeenten en opdrachtgevers kunnen deze prestatieinstrumenten gebruiken om de duurzaamheidsaspecten van een gebouw of van de gebouwde omgeving in kaart te brengen. Met de uitkomst van deze toetsinstrumenten wordt een kwalificatie en vergelijking mogelijk gemaakt.

Vertura en haar partners zijn bekend met het uitgebreide instrumentenpalet dat voor handen is en houdt zich op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Voorbeelden prestatieinstrumenten zijn onder andere:

GPR Gebouw (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Duurzaam bouwen)
Vijf thema's worden getoetst aan kwaliteit en duurzaamheid: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Met als doel om met rapportcijfers duurzaam bouwen meetbaar en bespreekbaar te maken.

Greencalc+
De duurzaamheid van een gebouw of wijk wordt in GreenCalc+ uitgedrukt in één overzichtelijk getal, de milieu-index. Hierbij wordt het bouwwerk of de wijk beoordeeld op de aspecten energiegebruik, watergebruik, materiaalgebruik en mobiliteit.

Eco Quantum
Een rekenmethode om in het ontwerpstadium de milieubelasting van woongebouwen gedurende de gehele levensduur te kwantificeren en vergelijkbaar te maken. Daarmee kan in de ontwerpfase van een gebouw worden doorgerekend hoe de milieukwaliteit van een plan kan worden verbeterd.

Breeam-nl
Breeam is een beoordelingsmethode om de duurzaamheid van gebouwen te bepalen. Ze maakt gebruik van een kwalitatieve weging; als totaalscore krijgt een gebouw een waardering als pass, good, very good, excellent of outstanding. De methodiek is ontwikkeld in het Verenigd Koninkrijk en wordt op dit moment vertaald naar de Nederlandse situatie.

EPA
Een Energie Prestatie Advies (EPA) is een maatwerkadvies voor energiebesparingsmaatregelen aan bestaande woningen, woongebouwen en utiliteitsgebouwen. Eerst stelt de EPA-adviseur het energiegebruik van de woning of het gebouw vast. Vervolgens wordt er bepaald welke energiebesparende maatregelen mogelijk zijn. Daarnaast kan er voorgerekend worden wat de kosten zijn en hoeveel energie er op termijn wordt bespaard.