|
De stroom aan nieuwe ontwikkelingen brengt een veelvoud van begrippen en producten met zich mee. Vertura biedt houvast en volgt de ontwikkelingen op het gebied van duurzame (energie)toepassingen op de voet en onderhoudt daarvoor een database van duurzame, innovatieve producten. In onderstaande lijst worden de meest voorkomende begrippen kort toegelicht. Cradle to cradie (C2C) Cradle to Cradle (van wieg tot wieg) betekent dat producten dusdanig moeten zijn ontworpen dat zij na gebruik op een hoogwaardige manier kunnen worden hergebruikt in een nieuw product of een voedende functie moeten hebben (afval is voedsel). McDonough en Braungart maken hiervoor primair onderscheid in twee soorten bouwstoffen: biologische en technische. Om bouwstoffen na het afdanken van een product te kunnen inzetten als voeding voor nieuwe producten of terug te brengen in de (ecologische) kringloop moet een product te bestaan uit zo min mogelijk componenten. Deze componenten moeten uit een bouwstof van één soort (bijvoorbeeld alleen uit een biologische grondstof zoals hout inclusief de verbindingen of uit een technische bouwstof zoals polymeer) zijn gemaakt. Voor de gebouwde omgeving betekent C2C dat wijken of gebouwen een meerwaarde hebben voor de omgeving of een (eco)systeem, doordat ze meer produceren dan ze gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn: - het afgevoerde water is schoner dan het toegevoerde water
- er wordt meer energie geleverd uit gebouwen dan er wordt gebruikt
Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen (IFD) IFD-bouwen stimuleert het op vernieuwende wijze toepassen van industrieel ontwikkelde en geproduceerde bouwcomponenten in nieuwe en te verbeteren woningen, utiliteitsgebouwen en constructies. Demonteerbaarheid en flexibiliteit maken het mogelijk om hetzelfde gebouw langer te gebruiken, met verschillende gebruikers. Standaardisering draagt bij aan het efficiënt omgaan met bouwmaterialen, niet alleen bij fabricage maar ook bij later hergebruik. IFD-bouwen realiseert de doelstellingen om zuiniger om te gaan met primaire grondstoffen en bevordert hergebruik. Levens Cyclus Analyse (LCA) Dit is een methode om de milieubelasting van een materiaal of product te berekenen, waarbij alle levensfasen van dat materiaal of product worden meegewogen: winning van grondstoffen, transport, productieproces, toepassing, gebruik, verwijdering en hergebruik. Er bestaan meerdere LCA-modellen in de wereld. In Nederland wordt de methode ontwikkeld door het Centrum voor Milieukunde te Leiden gehanteerd. Ook in internationale kring wordt deze methode veel toegepast. In de ISO 14040-serie zijn eisen opgenomen waaraan een LCA-studie moet voldoen. Ook is het gebruikelijk de criteria te volgen die zijn opgenomen in de 'Gedragscode voor vergelijkende LCA-studies', opgesteld door de Vereniging voor LCA's in de Bouw (o.a. het uitvoeren van een critica 'I review'). Passiefbouwen Woning of utiliteitsgebouw met een zeer laag energiegebruik en een goed binnenklimaat, zowel in de winter als in de zomer, zonder traditioneel verwarmings- of koelsysteem. - totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling; 15 kWh/m2 gebruiksoppervlakte
- totale energievraag voor alle huishoudelijke toepassingen, warm tapwater, ruimteverwarming en koeling; 120 kWh/m2 gebruiksoppervlakte
Trias Energetica Voor het bereiken van een zo duurzaam mogelijke energievoorziening heeft de TU Delft een strategie ontwikkeld, die ook bekend staat onder de term 'Trias Energetica'. Het begrip werd in 1996 geïntroduceerd door Novem (E. Lysen). Als strategie is dit uitgewerkt door TU Delft (C. Duijvestein), waardoor er nadruk kwam te liggen op de volgorde van de opeenvolgende stappen. De stappen worden opeenvolgend genomen, zodanig dat eerst zoveel mogelijk maatregelen uit stap 1 worden genomen; kan dit niet meer verantwoord gedaan worden, dan zoveel mogelijk maatregelen uit stap 2 en tenslotte een eventuele restvraag met stap 3: - Beperk de energievraag (goed geïsoleerd en luchtdicht bouwen, warmteterugwinning).
- Gebruik duurzame energiebronnen (bodemwarmte, zonne-energie, wind, etc.)
- Gebruik eindige energiebronnen efficiënt (hoog rendement).
Triple P (people-planet-profit/prosperity) De term Triple P komt voort uit het concept van de triple bottom-line zoals uitgewerkt door John Elkington in zijn boek Cannibals with Forks (Elkington, 1998). De triple bottom-line geeft aan dat een organisatie in haar bedrijfsvoering gelijkwaardig rekening moet houden met de volgende drie aspecten: People (mensen): de sociale consequenties van haar handelen Planet (milieu): de ecologische gevolgen Profit (winst): de economische rentabiliteit
Voor de wereldtop over duurzame ontwikkeling te Johannesburg (2002) werd 'profit' veranderd in 'prosperity' (welvaart), om naast economische winst ook de maatschappelijke winst in de afwegingen te betrekken. De laatste jaren is het besef gegroeid dat duurzaam bouwen zich niet alleen dient bezig te houden met de P van 'planet' (milieu), maar dat de P's van 'people' en 'prosperity' eveneens betrokken moeten worden bij het ontwikkelen van een duurzaam gebouwde omgeving. Warmte- / koude-opslag (WKO) Het opslaan van warmte of koude ten behoeve van respectievelijk verwarming of koeling; bijvoorbeeld van (tap-)water of een gebouw. Een systeem voor de korte termijn is bijvoorbeeld het voorraadvat van een zonneboilersysteem en voor de lange termijn of seizoenopslag is warmte- en koude-opslag, bijvoorbeeld in een aquifer. Warmtekrachtkoppeling (WKK) Naast de klassieke levering van elektriciteit en warmte is het ook mogelijk om warmte en elektriciteit gelijktijdig lokaal te produceren: een motor drijft een generator aan voor de productie van elektriciteit, de vrijkomende warmte wordt gebruikt voor verwarming. We spreken dan van warmtekrachtkoppeling of WKK. Met een goed uitgevoerde WKK kan 10 tot 20 % energiebesparing gerealiseerd worden. WKK is dus energiezuinig, maar is niet hetzelfde als duurzame energie. Warmteterugwinning (WTW) WTW is een algemeen principe waarbij de warmte van afgevoerde lucht, water (of eventueel een ander medium) wordt overgedragen aan verse, nog niet opgewarmde lucht of water. Bekende toepassingen zijn: toevoer-ventilatielucht die wordt opgewarmd met de warmte uit afvoerventilatielucht. Daardoor wordt er minder warmte 'weggeventileerd'. Per saldo kost het minder energie om het gebouw of de woning op temperatuur te houden warmteterugwinning uit douchewater: koud leidingwater wordt voorverwarmd door de warmte van het wegstromend douchewater; daardoor kost het minder energie om het te verwarmen voor warmtapwater (douchewarmtewisselaar)
|